Verdwaald in een dagdroom

Verdwaald in een dagdroom

Een vreemde situatie waarin ik je tref, ik kan je niks vertellen behalve de antwoorden op je vragen. Die hebben niks van doen met hetgeen wat ik je zou willen vragen en als je me het zou vragen, zou ik dan durven zeggen wat ik dacht? Mag ik je vertellen dat je me integreert en dat je aanwezigheid en opmerkingen met uit balans brengen. Zou je willen horen dat ik je ogen beter wil kunnen zien en als ik dan toch dichter bij mag komen dat ik benieuwd ben hoe je ruikt. Hoe de huid op je gezicht aanvoelt en over je kaaklijn heen loopt, hoe de structuur van je huid onder m’n vingertoppen stroomt, die vanaf hier zo zacht lijkt te zijn. En als ik dan toch zo dichtbij ben zou ik dan ook nog mogen voelen hoe je lippen aanvoelen en of het tintelt als ik zachtjes met m’n vinger er overheen strijk. Zou je schrikken als ik naar je oortjes zou zoeken terwijl ik je geur probeer op te snuiven om deze vast te leggen in m’n gedachten. Zou je m’n hand vastpakken wanneer ik met m’n vingers van je oren langs je nek naar beneden glijd?

Je opmerking gaat verloren terwijl ik me realiseer dat we niet alleen zijn, rood kleurt m’n kaken, wangen en oren terwijl ik zoek naar een veilige plek in een veel te kleine kamer. 8 ogen schenken mij hun volledige aandacht en ik probeer te vluchten. Een kenner grapt dat ik de komende half uur stil zal zijn, recalcitrant als ik ben schieten de opmerkingen door m’n hoofd. Ik kan onmogelijk nu stil zijn terwijl zij daar zo zit, ik probeer haar aan te kijken en twijfel over wat ik denk. Haar mond krult in een glimlach en ze kijkt lief of is dat hetgeen wat ik wil zien? Als ik nog roder kon worden dan dat ik al was zou het pijn doen. Ik voel ik m’n wangen branden en lach ik terug, stilletjes kijk ik naar het papiertje in m’n hand.

Ik probeer de tekst op het papiertje te lezen en bij te blijven met de rest. Overal rennen poppetjes in m’n hoofd door elkaar heen. De ene groep probeert krampachtig te luisteren en de andere groep probeert me te forceren om toch weer te kijken. Ik kijk naar links naar de dame die later kwam binnenlopen, haar mond is klein en haar ogen komen duidelijk naar voren met de opgebrachte make-up, de dame in het midden gebruikt iets teveel make-up maar gelukkig maken haar ogen het gebruik goed waardoor ik me er niet aan irriteer. De dame rechts is de dame met de diepe bruine ogen welke ik niet goed genoeg kan zien, haar gezicht toont vele zachte kleuren en haar leeftijd is me een raadsel. Ik besef me dat ik aan het staren ben als de dame in het midden me aan blijft kijken, het terug kijken maakt de situatie helemaal ongemakkelijk. Alsof ik me betrapt voel duik ik weer terug naar het papiertje. Ik besef me heel goed dat ik niks weet over de dame aan de rechterkant en in gedachten probeer ik de vragen in te vullen. De vragen gaan verloren als ik opkijk wanneer er klaarblijkelijk een vraag word gesteld welke ik opnieuw niet goed registreerde.

Ik voel me nu helemaal aangekeken en dat terwijl de vraag niet eens voor mij bestemd is. Ik probeer te helpen in het beantwoorden van de vraag maar mis een heel scala aan antwoorden omdat m’n gedachten elders worden ingenomen. In een wereld van mijn fabricaat, een wereld gevuld met geuren, kleuren en structuren. Vormen die je kunt aanraken en gevoelens die zich als een wervelvind in een baan om me heen draaien. Hier is geen onduidelijkheid van woorden, hier telt enkel het gevoel en de intentie van wat ik ben. Zou je me volgen als ik je hand zou vragen en deze zachtjes zou omklemmen met mijn hand? Zou je me laten vertellen over wat ik zie en voel, zou je het met me willen delen?

Opnieuw een kleine glimlach, zou ze weten hoezeer ik vecht tegen al die gedachtes en gevoelens, zou ze weten van die eeuwige strijd die om me heen raast en dat ik moe ben? Zou ze weten hoe graag ik even m’n hoofd wil neerleggen in plaats van rechtop te houden? De gedachte dat ik niks van haar weet galmt als een echo door m’n hoofd en ik staar weer naar het papiertje. In gedachten denk ik na over het afgelopen uur en aan alle dingen die ik heb gezegd maar met name aan de dingen die ik niet heb gezegd onder het motto van omgangsvormen. Het grapje wat ik wil maken mislukt volledig wanneer ik de nietmachine laat stuiteren en mezelf de kamer uit werk. De dames in de kamer lachen en ik kan niet inschatten hoe ik de lach moet interpreteren en haast mezelf naar buiten. Nu heb ik haar ogen nog niet goed kunnen zien en blijf ik denken of je wist wat ik dacht.

Een gedachte over “Verdwaald in een dagdroom”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *