Joey de leerengel

blauwe vleugelsJoey werd wakker en schrok zich rot, hij zweefde honderden meters boven de grond en keek recht naar beneden. Terwijl Joey adem probeerde te happen en zich nog verbaasde waarom hij niet viel klonk het achter hem: “Voorzichtig Joey, je moet nog even wennen.” Joey draaide zich meteen om en zag een man met wit heldere vleugels boven hem vliegen. Nog voor Joey zich helemaal had omgedraaid begon hij al te vallen. “Ondersteboven vliegen is pas voor gevorderden!” Riep de man, Joey na. Maar Joey was de man al helemaal vergeten en terwijl de grond steeds dichterbij kwam en de wind z’n oren vulde met gebulder, keek hij naar rechts. Aan hem vast zaten 2 lichtblauwe vleugeltjes die wapperden in de wind, geschrokken pakte hij z’n eigen vleugel vast om te controleren of het wel echt was. Het kleine rukje wat hij aan de vleugel gaf was voldoende om instinctief z’n vleugel weg te trekken.

“En, wat is je plan nu!?” De man met de vleugels was naast Joey naar beneden gaan vliegen. “Je zult je vleugels moeten gaan gebruiken, eerst een harde slag om je valsnelheid te breken en daarna kleine slagen om tot stilstand te komen.” Sprak de man. Joey wilde helemaal niet luisteren naar de man, sinds de man zich kenbaar had gemaakt viel hij naar beneden. Toen hij opnieuw naar beneden keek en de grond zag naderen schoof hij z’n koppigheid aan de kant en sloeg hard met z’n vleugels. Tot Joey z’n verbazing koste het totaal geen moeite om de vleugels die hij nog nooit eerder had gebruikt te gebruiken. Z’n valsnelheid was nu zeker afgenomen maar hij viel nog steeds, opnieuw sloeg hij hard met z’n vleugels en belande ondersteboven en bleef vallen. “Ik zei, 1 keer hard met je vleugels en daarna kleine slagen, jij hebt nogal moeite met luisteren. Maar voordat ik je zo meteen van de stoep moet schrapen. 2 snelle halve slagen om weer om te draaien, daarna 1 harde om af te remmen en dan korte snelle slagen om te blijven hangen.” Riep de man. Joey bedacht zich nu geen moment en deed exact wat de man zei. Daar zweefde hij dan, zo’n 200 meter boven de Dom in Utrecht. De man met de vleugels daalde rustig tot gelijke hoogte en keek met z’n helder groene ogen streng naar Joey.

“Bengeltje i.p.v. een engeltje!” Zei de man, voordat hij het uitschaterde van het lachen. Joey probeerde niet mee te lachen, hij vond dat hij het recht had om boos te zijn op de man. Hij had geen idee wat hij hier deed, waarom hij ineens kon vliegen of wie die man nu eigenlijk was. De lach van de man was zo aanstekelijk dat Joey niks anders kon doen dan meelachen. “Ik ben je een uitleg schuldig, kom!” zei de man terwijl hij richting de Dom vloog. Net onder de klokkentoren nam hij plaats op rand en wachtte geduldig tot Joey ook plaats nam. Joey aarzelde even hoe hij daar het beste kon komen en merkte al snel dat wanneer hij rustig bleef het vliegen eigenlijk vanzelf ging. “Waarom zijn mijn vleugels lichtblauw en die van jouw helder wit?” Vroeg Joey aan de man. Opnieuw moest de man lachen en Joey begon zich af te vragen of de man wel helemaal bij z’n verstand was. “Zullen we bij het begin beginnen? Mooi, je bent een engeltje in training. Zodra je de vaardigheden onder controle hebt en je hebt laten zien dat je begrijpt wat het inhoud, veranderen je vleugels van lichtblauw naar helder wit en ben je een engeltje.” Joey viel bijna van de rand af, een engeltje? Hij was nog maar net 17, hoe kon hij opeens een engeltje zijn? Joey snapte er niets van en voelde de wereld om zich heen draaien. “Ik ben Malus jou leerengel, en ik heb nog werk te doen. Zie je later.” Vervolgde de man die kennelijk niet doorhad dat Joey er niks meer van begreep. Hij sprong op in de lucht en verdween uit het zicht.

Enkele seconden had Joey, Malus nagekeken. Hij steunde tegen de muur aan en haalde diep adem. Hij was dus een engel in training, z’n leraar heette Malus en was kennelijk niet goed bij z’n hoofd. Er werden dingen van hem verwacht die hij niet wist en nu moest hij het zelf doen. Joey keek naar beneden en zag de mensen rondlopen en fietsen. Mensen die de winkels in en uit liepen en auto’s die voor het stoplicht stilstonden. De zon scheen lekker warm en streelde z’n gezicht. Hij begreep er dan wel niks van, maar hij voelde zich goed. Hij sprong in de lucht en klapte met z’n vleugels, binnen seconden vloog hij hoog boven de Dom en beneden hem luiden de klokken van de Dom door de klap van z’n vleugels. De mensen in de buurt keken verbaasd naar de klokkentoren waar om 11:10 ineens de klokken begonnen te luiden. Joey sloeg z’n vleugels tegen elkaar en dook naar beneden, de aarde die nog geen 10 minuten geleden eng op hem af kwam, vloog hij nu enthousiast tegemoet. Een harde klap met z’n vleugels en daarna snel maar zachtjes en hij lande keurig op het grasveldje in het park. Het was druk in het park en voor hem liep een mooi meisje haar hond uit te laten. Hij rende op het meisje af en sprak haar aan, het meisje liep door alsof ze hem niet hoorde. Opnieuw sprak hij haar aan, maar alleen haar hondje keek even z’n kant op en liep daarna verder.

“Niemand kan je zien.” Sprak Malus. Joey sprong een halve meter de lucht in, waar kwam die man nu weer vandaan, dacht Joey. “Ik zie dat je het vliegen en landen onder controle hebt, dan is het nu tijd voor les 3.” Zei Malus.
“Les 3, Les 3!” Zei Joey “Even rustig aan alsjeblieft. Je vertelt me iets en verdwijnt en vervolgens kom je uit het niets terug om verder te gaan met de les. Begin alsjeblieft bij het begin, ok?” Joey had kunnen weten dat toen hij naar de ogen van Malus keek en ze zag glinsterden dat hij niet de antwoorden zou krijgen die hij zocht.
“Heel, heel, heel lang geleden was er een explosie en uit die explosie waarbij heel veel kracht vrijkwam vormde zich een ….” Begon Malus
“Stop!” Riep Joey. “Ik wil weten waarom ik een engel ben en wat ik moet doen?” Voegde Joey er langzaam aan toe.
“Leerling engel.” Zei Malus belerend en keek Joey ernstig aan. “Ik weet niet waarom je een leerling engel bent, Joey. Ik weet niet eens waarom ik een engel ben. We zijn hier om te sturen, de mensen kunnen ons niet zien, ze kunnen ons niet horen en wij doen ons best om hun te helpen in hun keuzes. Zodra je dat beseft word het makkelijker. Je ontwikkelt je eigen gang van zaken en affiniteit met de mensen die je volgt. Je ziet ze wakker worden, gelukkig zijn en als ze vallen dan probeer je ze te op te vangen en te troosten. Je zult zien dat een engel zijn meer is dan alleen vliegen en lachen. Ze hebben ons nodig.” Vertelde Malus. Eindelijk een antwoord waar Joey iets mee kon, eindelijk een reden waarom hij kon vliegen. Samen met Malus vlogen ze van de Dom naar de Dam. Ze vlogen laag boven het IJ en keken naar hun weerspiegeling in het water en lachten om elkaar wanneer ze nat werden als ze te dichtbij kwamen.

Telkens als Joey probeerde serieuze vragen te stellen, ontweek of ontkende Malus. Z’n antwoorden waren simpel en soms maf en daarna kwam er altijd een verzetje. Met de Python in de Efteling meevliegen en kijken wie er sneller is. Wedstrijdje wie als eerste op de top van de Euromast kon komen. Hard met de vleugels slaan aan het strand voor net iets hogere golven waardoor de kleine kinderen in hun zandkastelen het uitgilden van het lachen. Op de vleugel van een vliegtuig zitten en een stukje meeliften tot aan het koordansen op een elektriciteitsmast. Malus liet je lachen en tussen de wedstrijdjes door stelde Malus Joey voor aan de mensen waar hij een band mee had. Het meisje op de markt, ze stond elke ochtend 7 dagen in de week in een andere stad haar bloemen te verkopen. Malus hielp alleen met de kleine dingen, het meehelpen een zware pot te verplaatsen, het waterpeil mee controleren de geur van de bloemen verplaatsen. Maar zo was er ook Jondi een man in een rolstoel. Het leven was niet makkelijk voor hem geweest maar hij droeg het niet. Hij lachte en zong, deed aardig tegen mensen en gaf pianoles. Joey kon zich niet goed voorstellen wat Malus voor Jondi allemaal deed en verbaasde zich over de kleine dingen. Het extra zetje bij een hoge stoep, een klein rukje aan de rolstoel in het geval van hondenpoep op straat en hem zachtjes vooruit blazen.

Langzaam maar zeker begon Joey z’n bestemming te begrijpen, hij had een kans om de mensen te helpen en ze te laten lachen. Om net die kleine dingentjes anders te laten verlopen, geen grote veranderingen maar kleine. Die je spontaan even laten lachen en waarvan je geniet. Die momentjes dat je blij bent dat je er bent. Door de dagen heen liet Malus zijn mensen zien, ieder had een verhaal en voor elke had hij een goede reden. Een reden die Malus graag uitlegde en liet zien en wanneer hij het gedrag zag wat hij als voorbeeld had gegeven dan keek hij er vol trots naar. Hij hield van die mensen. Joey had zelf ook een affiniteit ontwikkelt met een mens, het meisje dat hij de eerste dag in het park was tegen gekomen was in z’n hoofd blijven hangen. Wanneer Malus weer even verdween en Joey tijd voor zichzelf had zocht hij haar op. Het bleek niet haar hondje te zijn maar die van een buurvrouw, haar buurvrouw was slecht ter been en het meisje liet elke dag wanneer ze thuiskwam van school het hondje uit. Soms kreeg ze een koekje de andere keer luisterde ze naar de verhalen van haar buurvrouw. Malus was er een keer bij gaan zitten toen Joey naar haar verhalen luisterde.

In het park waar Joey het meisje had ontmoet liep hij na te denken wanneer Malus weer zou opduiken, hij was er inmiddels aan gewend dat die gekke engel op de meest vreemde plaatsen opdook en was nieuwsgierig waar hij nu vandaag zou opduiken. “Vandaag wil ik je een speciaal iemand laten ontmoeten, Joey.” Zei Malus. Joey keek omhoog en zag Malus op een tak zitten terwijl hij naar beneden keek. Malus sprong van de tak en net voor hij de grond raakte maakte hij een slag met z’n vleugels waardoor hij keurig en zachtjes op de grond landde. Hij keek met een vriendelijke blik naar Joey en tikte hem op z’n schouder. “Ben je er klaar voor?” Zei hij terwijl hij opsprong en wegvloog. “Tuurlijk.” Riep Joey achter hem terwijl hij ook opsprong. Ze vlogen het park uit richting Utrecht CS en deden nog even een wedstrijdje met de trein wie er eerder in Amsterdam zou aankomen. Uiteraard waren Malus en Joey sneller en Joey wist zeker dat hij ook sneller was dan Malus. Malus bleef echter voet bij stuk houden dat ze even snel waren maar Joey kende die blik in z’n ogen inmiddels. Hij haalde z’n schouders op en keek om zich heen. Achter hem stond een hoog gebouw met allemaal ramen, het geluid van sirenes vulden z’n oren en overal liepen mensen. Boven op het gebouw stond AMC, hij was bij het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Hij keek om en zag Malus rustig maar serieus kijken. “Gaat het wel goed met die persoon?” Vroeg Joey. Malus knikte ja en nee en zei: “Kom je mee?” Hij sloeg snel maar zachtjes met z’n vleugels en vloog een stukje omhoog. Joey vloog met hem mee en keek uit over de pleintjes en de mensen die er voorbij liepen. Malus stopte bij een raam en bleef er voor zweven, Joey stopte en keek naar binnen. Het was een klein kamertje en er stond maar één bed. Er lag een jongen in bed die erg ziek was, overal hingen kabeltjes en op een machine werden ze hartslag en ademhaling in de gaten gehouden. Joey zette z’n handen tegen het raam om er beter doorheen te kunnen kijken. De jongen draaide zich om en Joey schrok zich kapot, hij voelde het bloed uit z’n hoofd stromen. Hij lag daar in dat bed, hij was die jongen. Maar hoe? Hij keek naar z’n schouder en zag de hand van Malus erop liggen en draaide z’n hoofd om.

“Enkelen, het zijn er maar enkelen.” Zei Malus. “Het zijn er maar enkelen die aan je blijven plakken, mensen waaraan je gehecht raakt en je lijd als ze pijn hebben.” Mijmerde hij. “Ik kon je niet missen en heb gevraagd of ik je mocht rondleiden als leerling engel. Ik kon het je niet vertellen voordat je het zou begrijpen. Je bent een goede jongen en ik vond dat je wel wat ontspanning kon gebruiken.” Joey stond klaar om z’n vragen te gaan stellen, hij voelde tranen in zich opkomen en stond op het punt om te gaan huilen toen Malus hem met rode ogen vastpakte en een knuffel gaf. “Tot ziens jongen, het gaat je goed.” Zei Malus en toen werd alles wit en rustig.

Fel wit licht leek de kamer te vullen toen Joey z’n ogen opendeed. Heel even dacht hij nog een schim van Malus te zien in het raam. Hij voelde zich licht en zwakjes maar niet ziek. Langzaam probeerde Joey overeind te komen, terwijl hij rechtop zat en zich afvroeg wat er nu gebeurt was. Tekeningen vulde de muur achter zich evenals ansichtkaarten en brieven. Hij voelde zich nog een beetje duf toen de deur openvloog en z’n zusje de kamer binnen kwam rennen. 2 blonde vlechtjes vlogen achter haar aan terwijl ze op het bed sprong. “Je mag snel naar huis, je mag snel haar huis!” Bleef ze roepen toen z’n ouders aankwamen lopen. De rest van de ochtend ging langzaam aan Joey voorbij en hij was z’n avonturen met Malus vergeten totdat hij zich omdraaide en een lichtblauw veertje in z’n bed vond.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *